| |
Over medicatie:
| De medicijnen die worden gebruikt om ADD in volwassenen te behandelen zijn dezelfde als bij kinderen. Normaal gesproken worden eerst de stimulerende medicijnen geprobeerd: Methylfenidaat (Ritalin/Concerta) of Dextro-amfetamine. Sommige behandelaren vermijden stimulerende medicatie omdat ze onder de Opiumwet vallen. Soms denken ze dat je de ADD diagnose zoekt om aan die middelen te komen. Een antwoord hierop is dat de doseringen die gegeven worden bij ADD heel laag zijn in vergelijking met wat een drugsgebruiker zou nemen. In het algemeen hebben ADD-ers een omgekeerd effect als ze stimulerende medicatie gebruiken. In plaats van “high” te worden zoals de verslaafde wil, worden ADD-ers juist kalm. ADD-ers met een verleden van drugsmisbruik – alcohol, marihuana en cocaïne komen het meest voor – merken vaak dat hun verlangen naar deze middelen wegvalt zodra ze medicatie voor ADD gebruiken. |
 |
Deskundigen geloven dat het drugsmisbruik in deze gevallen waarschijnlijk gevallen zijn van uit de hand gelopen zelfmedicatie, die bij behandeling dan niet langer nodig is. Onderzoek bij ADD jongeren die stimulerende medicatie gebruiken laat zien dat drugsmisbruik bij heb minder voorkomt dan bij leeftijdgenoten. Ritalin, het meest gebruikte medicijn bij ADD, is vijftig jaar in gebruik en is zeer veilig als het volgens voorschrift wordt genomen. Dr. Hallowell (USA) stelt dat het feitelijk veiliger is dan aspirine.
Onderzoek met Ritalin gedurende de afgelopen 50 jaar bij kinderen met ADD heeft bewezen dat dit middel bij de meeste ADD-ers significante verbeteringen brengt. (Voor Ritalin geldt dat het 70% van degenen met een ADD diagnose helpt, vooropgesteld dat de juiste dosis wordt gegeven.)
Het is nog steeds niet goed bekend op welke manier Ritalin of de andere stimulerende medicijnen werken, maar het is overtuigend aangetoond dat deze middelen de meesten van ons ADD-ers beter laten functioneren – varieert van lichte tot indrukwekkende verbetering. En nogmaals: de medische wetenschap stelt dat deze middelen in de doseringen die worden voorgeschreven niet schadelijk voor ons zijn.
ADD is een neurobiologische afwijking. Mensen met ADD hebben een tekort aan een of meerdere stoffen (nog steeds niet helemaal duidelijk welke) in de hersenen, in de juiste hoeveelheden, op de juiste plekken, en op de juiste momenten. We hebben deze stoffen soms wel in de juiste hoeveelheden op de juiste plaats, maar niet altijd, en niet als we het willen – daarom is de concentratie en aandacht zo willekeurig. Als deze stoffen niet aanwezig zijn zoals ze zouden moeten – zoals bij mensen zonder ADD – dan ontstaat ADD.
Dr. Daniel Amen, M.D., een ADD specialist uit Fairfield (CA, USA) zegt dat de hersenen van degenen met ADD of ADHD profiteren van stimulerende medicatie omdat ze meer bloed laten stromen naar de frontale kwabben. Degenen die ADD behandelen weten dat niet behandelen van ADD meer schade doet – emotioneel en sociaal – dan wat voor mogelijke bijwerkingen van medicatie van ook. Jammer genoeg dringt dit nog niet door tot het grote publiek, en de media doen er vaak alles aan om de angst van dat publiek voor ADD medicijnen verder op te stoken.
Sommige behandelaars blijven de dosis groter maken totdat het gewenste effect is bereikt of er teveel ongewenste bijwerkingen optreden, zoals gejaagdheid, maag- of hoofdpijn die niet binnen enkele weken overgaat. Sommigen schrijven maagtabletten voor om patiënten die maagpijn hebben door deze aanpassingsperiode te helpen.
Als stimulerende medicatie bij verschillende doseringen niet het gewenste resultaat geeft dan kunnen bepaalde antidepressiva zoals Imipramine, Efexor of Strattera worden geprobeerd. Als geen van deze middelen werken, dan kan je behandelaar andere medicijnen proberen, of een combinatie van medicijnen. De juiste dosis wordt individueel vastgesteld, in plaats van op basis van gewicht of leeftijd.
Hoe bepaal je of een bepaalde medicatie werkt; of dat wat je gebruikt het beste voor je is, de beste dosis en het beste inname schema?
Thomas Phelan (Ph.D.) stelt voor dat alle patiënten een tweede of zelfs een derde stimulerend medicijn uitproberen. Mensen verschillen onderling behoorlijk in hun reactie. Hij begint met bijvoorbeeld Ritalin en houdt bij wat voor die patiënt het beste resultaat oplevert bij welke dosis. Daarna laat hij de patiënt twee andere middelen proberen, en houdt weer in de gaten wat het beste resultaat oplevert bij welke dosis. Daarna beslissen hij en de patiënt samen welke medicatie en welke dosering het beste is. Het idee is dat je weliswaar behandeld kunt worden voor ADD, maar als je geen vergelijking kunt maken wat het beste werkt zul je nooit weten of het niet (veel) beter kan.
Daarom is het erg belangrijk dat je een behandelaar uitzoekt die verstand heeft van ADD en die openstaat om “samen met je” te werken en niet je de wet voorschrijft. Je hebt een behandelaar nodig die zich bewust is van de veranderingen die medicatie teweeg kan brengen in het functioneren van een ADD-er en die weet dat het niet een aandoening is waar een medicijn bij een vaste dosis voor iedereen het antwoord is. Aan de andere kant moet jij, de patiënt, leren op welke veranderingen in je functioneren je moet letten als je medicatie gebruikt. Soms heb je iemand anders in je omgeving nodig die deze veranderingen opvalt, omdat ADD-ers soms slecht zijn in zelfwaarneming.
Wat voor specifieke veranderingen kun je verwachten van medicatie?
Als je medicatie gebruikt is het mogelijk dat je betrokken blijft bij een gesprek of een taak afmaakt, voordat je overgaat op iets anders; of je herinnert je iets dat gedaan moet worden. Je kan gaan merken dat sociale situaties meer ontspannen worden, of dat je minder moeite hebt om in een vergadering te zitten.
Dr. Theodore Mandelkorn uit Seattle zegt dat bij ADD-ers (goed ingestelde) medicatie de aandacht, het concentratievermogen, het geheugen, de motorische coördinatie, de stemming en de mogelijkheid om taken af te maken verbeteren. Tegelijk vermindert het de neiging om te dagdromen en af te dwalen (en bij ADHD de hyperactiviteit, woede, en uitdagend of moeilijk gedrag). De behandeling laat intellectuele mogelijkheden die al aanwezig waren beter functioneren.
Als medicatie op de goede manier wordt gebruikt ervaren patiënten een behoorlijke toename van controle. Objectieve waarnemers zien een betere beheersing van de aandacht, concentratie, en het vermogen op iets af te maken. Velen zijn veel beter in staat om met stress om te gaan, met minder frustratie. De sociale interactie verbetert en ontspant. Als er sprake is van rusteloosheid vermindert dat ook.
Hij vervolgt te zeggen: “Het is erg belangrijk te onthouden wat medicatie doet en wat het niet doet. Medicatie gebruiken is net als een bril opzetten als je bijziend bent. Het stelt je in staat beter te functioneren. Maar van een bril ga je niet vanzelf anders gedragen, een verslag schrijven of zelfs maar op tijd uit je bed komen 's morgens. Ze stellen je ogen in staat om beter te functioneren ALS JE ERVOOR KIEST om ze open te doen! JIJ bent nog altijd de baas over je gezichtsvermogen. Of je ogen open doet, en waar je naar kijkt, wordt door jou bepaald. Medicatie stelt je zenuwstelsel in staat om boodschappen beter door te sturen, en zorgt ervoor dat je capaciteiten en kennis beter kunt gebruiken. Medicatie geeft je geen vaardigheden of motivatie om iets te doen.
ADD-ers klagen vaak dat ze afspraken vergeten, werk niet afmaken, vergissingen maken en wegdromen. Met medicatie verbeteren deze dingen vaak behoorlijk. Op tijd naar bed gaan en ontdekken dat het grootste deel van de dag gegaan is zoals je van plan was, is geen onbereikbare droom meer. "
Dr. Gross uit Santa Clara (CA USA) suggereert dat je je afvraagt of de medicatie die je gebruikt de volgende problemen:
(deze lijst is zowel voor ADHD als ADD, de meeste kenmerken slaan op ADHD)
* Onderpresteren op school/opleiding en onoplettendheid
* Hyperactiviteit of overdreven friemelen/wiebelen
* Verbale impulsiviteit en/of impulsiviteit in gedrag (luidruchtig zijn, anderen onderbreken, doen voor denken)
* Moeite met inslapen
* Moeite met opstaan
* Overdreven geïrriteerd zijn zonder aanleiding en/of snel gefrustreerd zijn
* Bedplassen
* Dyslexie
* Perioden van licht ontvlambaar zijn, emotionele uitbarstingen, of woedeaanvallen
* Onverklaarbare en voortdurende emotionele negativiteit
flink moet verminderen (als je ze had). Als dat niet het geval is, vraag dan voor verandering van dosering of soort medicatie. Het is niet voldoende als medicatie maar één symptoom verlicht – zoals moeite met in slaap vallen, maar geen enkele andere.
Het kan tijd kosten om een goede behandelaar en de juiste medicatie te vinden, maar als je volhoudt wordt de inspanning ruimschoots beloond. Heel veel succes met je zoektocht.
LET OP: niets van het voorafgaande mag worden opgevat als medisch advies en moet niet gebruikt worden als vervanging van medische hulp. Een groot deel van het voorafgaande is een bewerking van materiaal van Paul Jaffee, NY, USA.
|
|